vrije woning

De ene bewoner besteedde € 2.000 een andere € 200.000. Een volledig zelfstandig besluit, terwijl ze beiden het basis gebouw huren. Ondanks dit enorme verschil hebben deze bewoners minimaal één ding gemeenschappelijk. Ze willen geen van beide meer verhuizen omdat de woning perfect voldoet aan hún persoonlijke behoeften. Wat doe je als verhuurder wanneer jouw bewoners gelukkig worden van tien keer meer of minder uitgeven dan jouw eigen plan? Gewoon afblijven en hen de ruimte bieden, toch?

Je bent op zoek naar een nieuwe auto omdat je inmiddels geen twee maar drie kinderen met hond op de achterbank hebt zitten. Maar naast die auto kiezen, moet je ook de wegaanleg betalen. Dat klinkt natuurlijk absurd. En toch is dat hoe de traditionele bouwwereld vaak werkt. Waarom moet je alle dure liften, funderingen en meer zelf kopen gelijk met hoe je in je woning wilt wonen?

Het beeld wordt helder als je vanuit Open Bouwen naar een gebouw kijkt. Open Bouwen gaat namelijk uit van de scheiding van weefsel, drager en inbouw. Boven het bouwtechnische is het vooral een scheiding in verantwoordelijkheid en bevoegdheid tussen de overheid, de belegger en jou, als gebruiker van de woning. Open Bouwen geeft jou als gebruiker namelijk een enorme vrijheid om je eigen woning vorm te geven en na verloop van tijd weer aan te passen, ook als huurder!

Solids in Amsterdam is een mooi voorbeeld. De bewoners kregen een open ruimte, zonder kolommen die ze naar hartelust zelf konden indelen en inrichten. Met de voordelen uit het intro van deze blog als kado!

Wie beslist?

De essentie van Open Bouwen is dus de verdeling van beslissingsbevoegdheid tussen drie partijen: een individueel (gebruiker/bewoner) en twee collectief (overheid en belegger). De overheid is verantwoordelijk voor de totale stedenbouw op de locatie en de regels die bepalen wat er wel en niet gebouwd mag worden. Dat is allang zo. Waar het mij vooral om gaat is een nieuwe verdeling tussen jou als bewoner en de belegger, ook in de situatie dat je zelf de belegger bent. Bij Open Bouwen ben jij als bewoner alleen verantwoordelijk voor je eigen woning, de inbouw. De belegger is verantwoordelijk voor het gebouw om de woningen heen, de drager.

Politieke keuzes

Deze scheiding in bevoegdheid is een politieke keuze. De Long Life Housing Act van Japan maakt dat heel duidelijk. Deze wet bepaalt dat de overheid alleen maar bijdraagt in de bouwkosten wanneer de drager aantoonbaar minimaal tweehonderd jaar mee kan gaan en de inbouw zonder schade aan het gebouw of last voor de buren makkelijk vervangen kan worden. De Japanse overheid stimuleert zodoende een nieuwe manier van werken door wetgeving, dat is immers haar rol.

Nieuwe spelregels

Japan pakt het goed aan. Dankzij een politiek besluit is daar een nieuwe manier van werken ontstaan, met in 2015 al ruim 500.000 gerealiseerde woningen als resultaat. Op die nieuwe manier van werken volgt de techniek en de beschrijving van een nieuwe werkelijkheid. Zo groeien en leren we. Ook in Nederland kunnen we de bestaande werkelijkheid alleen veranderen met nieuwe spelregels. Voor echte verandering is het namelijk niet genoeg om die werkelijkheid en de mogelijke alternatieven alleen maar te beschrijven. In die fase blijven we in Nederland al te lang hangen. Dat is niet in jouw belang als gebruiker en bewoner. Stichting BRIQS maakt zich daarom sterk voor nieuwe spelregels. In juni 2015 reis ik af naar Japan om ter plekke de laatste ontwikkelingen te bekijken en bespreken. Zo wordt een uniek thuis voor iedereen werkelijkheid. Lijkt dat je wat?

Neem de volgende stap en deel je ervaringen

Wil je een volgende stap maken? Kom naar de GRATIS* Masterclass. Gaan we aan het werk met praktische tools om de acties uit mijn ebook direct te implementeren in jouw organisatorische, fiscale of financiële projecten en organisatie.

Praat mee

Weet jij hoe je op die nieuwe manier gaat bouwen en wat je daarvoor nodig hebt? Hoe zouden deze spelregels jou helpen in om een uniek huis voor jezelf en je dierbaren te maken? Deel het in de reacties hieronder.

Op jouw gezondheid en welzijn,

Remko Zuidema