Circulaire Olifant YK 05.06.16-01

Ken je die oude Indische parabel over de blinde mannen en de olifant? Ieder voelt aan een bepaald deel van de olifant en denkt te weten wat het is. De man die de slurf vast heeft roept: “Het is een slang!” De man bij het oor zegt: “Het is een waaier.” Zo wordt de staart een touw, de achterpoot een boomstam en de slagtand een speer. Niemand ziet en benadert de olifant als één geheel. Met de bouwwereld is het precies zo en dat is funest voor de circulaire economie. Dat heb ik je in de afgelopen vijf blogs willen laten zien. Maak kennis met de hele olifant! (Zoals eerder gepubliceerd op de Cirkelstad website)

Delen van de olifant

We hebben gezien dat vastgoed voor de overheid een melkkoe is met een mooie opbrengst. Kom daar maar eens aan! Voor de belegger is een woongebouw bijvoorbeeld een lastig rendabel te maken investering. Hij moet immers geld steken in keukens, badkamers en andere zaken die kort meegaan. Voldoen aan de minimum eisen vindt hij goed genoeg. Dus krijgt de gebruiker een woning of werkplek die niet voldoet aan zijn persoonlijke behoeftes aan gezondheid, welzijn en productiviteit. Gemaakt door een aannemer die vaak alleen geld verdient door klanten zonder scrupules uit te kleden. Een wereld die eindig is. Door al deze verschillende belangen en het gebrek aan samenwerking is de circulaire economie het kind van de rekening. De bouwsector verspilt grondstoffen en produceert een idiote hoeveelheid afval. Met 40% afval is de bouw de absolute topscorer. Topscorer zijn is alleen in de sport iets om trots op te zijn. We hebben een nieuwe aanpak nodig om met de bouw uit de afval-hitlijst te verdwijnen. Wil je weten hoe we dat kunnen bereiken? Lees dan nog even verder.

Hoe circulariteit in gebouwen is verbonden met maar liefst vijf heel verschillende economieën

Circulaire economie zou voor Nederland zomaar eens de kans kunnen zijn om de crisis definitief achter ons te laten. In de Circulaire Economie kunnen we namelijk twee kwaliteiten met elkaar verbinden: de grote kennis en omvang van hergebruik van grondstoffen én van logistiek. Tijdens ons voorzitterschap van de EU in de eerste helft van 2016 is Circulaire Economie daarom ons visitekaartje. Dan is het heel belangrijk dat het helder is waar we precies over praten als we het hebben over de Circulaire Economie.

Waar hebben we het precies over als we praten over circulaire economie? Dan hebben we het in ieder geval over twee begrippen: circulair en economie. Circulair gaat over grondstoffen gebruik ten opzichte van verbruik, dat hebben we vaak wel helder. Maar over welke economie hebben we het als we praten over dit begrip? Zoals eerder gezien hebben we in de gebouwde omgeving het namelijk over maar liefst vijf totaal verschillende economieën. Vijf economieën die op dit moment voor een belangrijk deel gescheiden functioneren maar binnen de circulaire economie opeens intensief met elkaar te maken krijgen. Vijf economieën waar velen die met bouwen of gebouwen te maken hebben er maar een of twee van kennen, dat bevordert de samenwerking en afstemming bepaalt niet! Dat levert uiteraard nieuwe uitdagingen op waar we overigens al bestaande antwoorden op hebben, zelfs al binnen Nederland. Antwoorden die zorgen dat we steeds opnieuw maximale waarde behouden en nieuwe creëren. We hoeven ze alleen nog even onderling af te stemmen.

Begrip 1: circulair

Bij circulariteit gaat het ook om een onderscheid, namelijk tussen natuurlijke en om technische cycli. Door binnen gebouwen onderscheid te maken in levensduur – zoals Stewart Brand doet in zijn 6-S methode uit 1994 – kunnen we natuurlijk materialen rustig laten cascaderen en technische materialen waardevol houden.

Brand 6SBrand onderscheidt 1. Site (locatie, grond), 2. Structure (constructie), 3. Skin (de huid; gevel, dak en vloer begane grond), 4. Services (installaties), 5. Space Plan (scheiding van ruimten binnen het gebouw) en 6. Stuff (meubels en spullen). Voor ons verhaal zijn vooral onderdeel 2 tot en met 5; de constructie, de huid, de installaties en de indeling binnen het gebouw van belang omdat grond, meubels en spullen geen vastgoed zijn en daarom weer aan andere regels voldoen.

Natuurlijke materialen circuleren ook in de natuur

Als we praten over het verbruiken van materialen en deze dus niet weer terug kunnen komen tot opnieuw gebruik, bijvoorbeeld bij voedsel wat gegeten wordt of shampoo en cosmetica die in de vrije natuur beland, kunnen we alleen natuurlijke materialen toepassen. Immers technische materialen gaan anders de natuur in. Als we natuurlijke materialen laten cascaderen kunnen we er maximaal gebruik van maken en kunnen we hun natuurlijke degradatie zolang mogelijk uitstellen en compenseren. Helemaal voorkomen is op de lange termijn immers onmogelijk. Zand, grind en cement van puinafval opnieuw benutten in beton is hiervan een succesvol voorbeeld. Immers zijn (natuur)steen, grind, zand en klei allemaal natuurlijke degradaties van Zwitserse bergen via de rivieren naar de (Noord)zee.

Technische en natuurlijke materialen circuleren via de mens

Voor technische materialen geldt eerst dat we ze zolang mogelijk in de cirkel (loop) kunnen houden, als geheel of in onderdelen. Zo houden we maximaal economisch waardevol gebruik in stand en voorkomen we uiteindelijk dat we nieuwe, schaarse grondstoffen en materialen nodig hebben. Dat lukt bijvoorbeeld al redelijk goed bij staal en aluminium waarvan meer dan 95% opnieuw wordt benut. Alleen groeit enerzijds de vraag zo snel dat we nog steeds nieuw ijzererts en bauxiet nodig hebben en lukt het anderzijds nog niet om nieuw staal te maken uit 100% oud staal. Nog steeds is daarvoor een klein percentage nieuwe grondstof nodig. Voor natuurlijke materialen is deze methode ook handig om zo lang mogelijk de teruggang naar de ultieme vorm van regeneratie door de natuur te vertragen.

Waardevolle modellen

Binnen de circulaire economie van gebouwen gebruiken we, naast de Zes-S methode van Brand, nog andere modellen om waarde te bepalen en te handhaven, zoals de tien niveaus van circulariteit van Prof. Cramer. In haar niveaus – en zeker ook voor gebouwen – geldt dat er hier in stap één tot en met tien telkens bij de volgende stap gemiddeld minder arbeid aan te pas komt en meer verlies van materiaal ontstaat. In ons huidige economische model is het helaas zo dat belastingheffing deze arbeid relatief duur maakt en grondstoffen nauwelijks aanvullend belast worden. Bedrijven bezuinigen daarmee op het inzetten van mensen en niet op primair grondstoffen gebruik. Het zou dus goed zijn om die prikkel te verschuiven. Projecten als www.ex-tax.com gaan daar gelukkig al verder op in met het motto: Tax resources, not labor! En vragen om een snelle inbedding in onze nationale en Europese economie. Daarmee komen we als vanzelf bij de volgende.

Begrip 2: economie

Volgens de definitie van economie van Prof. Heertje heb je twee variabelen nodig om iets economisch waardevol te maken:

  1. Het moet welvaart opleveren voor de maatschappij, de klant en/of de producent.
  2. Het moet om een schaars goed gaan; iets wat niet zonder waardeoverdracht of betaling geleverd kan worden. Zonder waardeoverdracht en verdienmodel wil namelijk geen bedrijf leveren.

Met deze algemene omschrijving van economie alleen komen we er in de bouwwereld niet. Daar moeten we echt een onderscheid maken in die vijf verschillende economieën omdat de belangen, en daarmee de behoeften, van verschillende partijen zo extreem anders zijn. En de onderlinge hiërarchie van deze economieën maakt ook nog eens dat ze niet gelijkwaardig zijn.

Het gaat om de:

  1. Economie van gebruik in het primair proces van de (eind-)gebruiker;
  2. Exploitatie economie vanuit de inbouw uitgaven;
  3. Bouweconomie vanuit basis gebouw investeringen;
  4. Vastgoedeconomie vanuit het rendement van de belegger;
  5. Overheidseconomie vanuit de diverse overheden als belangrijke bron van inkomsten.

In de eerdere vijf blogs heb ik beschreven wat hiermee bedoel en ze uitgewerkt. (Zoals eerder gepubliceerd op de Cirkelstad website)

De sleutel tot succes

Zoals ik in vijf eerdere blogs al aangaf is de scheiding van basis gebouw en inbouw, en daarmee tussen de bouweconomie en de exploitatie economie een belangrijke aanvullende sleutel tot succes. Met die scheiding ontrafelen we de verschillende belangen en verantwoordelijkheden van de partijen die bij de bouw en verbouw betrokken zijn en maken we verschil tussen uitgaven en investeringen, waarbij volgens definities alleen in het laatste geval erin gestopt geld terugkomt. En in het verlengde daarvan de verschillende cycli waarin gebouwen zich door de eeuwen heen vernieuwen. Ieder kan doen waar hij goed in is, levert en krijgt kwaliteit en verdient op een transparante manier zijn geld (terug). Voor we met zijn allen zover zijn, hebben we nog een heleboel met elkaar te bespreken. Op de werkvloer van de bouw en in de politiek. We hebben namelijk ook andere spelregels nodig om de nieuwe manier van samenwerken en verdeling van inkomsten en verantwoordelijkheden mogelijk te maken. De scheiding van basis gebouw en inbouw ligt aan de basis van deze nieuwe manier van samenwerken.

Neem de volgende stap en deel je ervaringen

Wil je een volgende stap maken? Kom naar de GRATIS* Masterclass. Gaan we aan het werk met praktische tools om de acties uit mijn ebook direct te implementeren in jouw organisatorische, fiscale of financiële projecten en organisatie.

Praat mee

Weet jij hoe je op die nieuwe manier gaat bouwen en wat je daarvoor nodig hebt? Wat zie jij als de grootste uitdaging om overzicht te krijgen? Deel het in de reacties hieronder.

Op jouw gezondheid en welzijn.

Remko Zuidema